Een buis, niets meer
Het instrument zelf is geniaal in zijn eenvoud. Het bestaat uit een ongeveer polsdikke buis, oorspronkelijk van eucalyptushout dat op natuurlijke wijze door termieten is uitgehold, die meestal is voorzien van een mondstuk van bijenwas.
Geen kleppen, geen toetsen, geen mechaniek. Alles wat het instrument voortbrengt, komt voort uit de adem en de lippen van de speler. Dat maakt de didgeridoo tegelijk een van de eenvoudigste en een van de meest veeleisende blaasinstrumenten.
Ontstaan in het noorden van Australië
De didgeridoo hoort thuis in de scheppingsmythen van de oorspronkelijke bewoners van Australië, waar hij een belangrijke rol speelt. De diepe, vibrerende tonen roepen een gevoel van aardse kracht op.
Van oorsprong is het instrument verbonden met het noorden van het continent, maar de klank reist al lang verder dan dat: ook buiten Australië bereiken de tonen steeds meer mensen.
Van tak tot instrument
Het hout wordt niet uitgehold door mensenhanden, maar door termieten. Zij eten de binnenkant van een levende of gevallen eucalyptusstam leeg, terwijl de harde buitenlaag blijft staan. Wat overblijft is een natuurlijk gevormde, taps toelopende buis — geen twee exemplaren zijn hetzelfde.
Op het smalle uiteinde komt een mondstuk van bijenwas. Dat mondstuk sluit niet alleen de rand netjes af, het is ook zacht voor de lippen en per speler precies passend te maken.
Kenmerken
| Vorm | Taps toelopende buis |
| Dikte | Ongeveer een pols |
| Hout | Eucalyptus |
| Uitholling | Door termieten |
| Mondstuk | Bijenwas |
| Kleppen | Geen |
Omdat elke buis anders is, klinkt elke didgeridoo anders. De ene is diep en donker, de andere juist hoger en scherper.